De IJsheiligen komen eraan!

De periode van 11 tot en met 14 mei wordt vaak IJsheiligen genoemd. Wat is het precies en waar komt die naam vandaan?

De periode van IJsheiligen is een keerpunt in het weer. Tot aan 11 mei is er nog een kans op nachtvorst, na 14 mei is die kans op nachtvorst (nagenoeg) voorbij. Deze volksweerkunde is vooral bedoeld voor hoveniers, mensen die van tuinieren houden, maar ook boeren. Nachtvorst aan het einde van april of vroeg in mei kan desastreus zijn voor tuinplanten en gewassen. Tot de IJsheiligen is voorzichtigheid dus geboden.

Vroegere ijsvrije periode

Uit metingen van het KNMI blijkt dat het einde van de ‘winterse periode’ – de periode waarin het kan vriezen – steeds vroeger in mei komt te liggen. Aan de hand van gemeten minimumtemperaturen kan de klimatologische ‘winterse periode’ (waarin de dagelijkse kans op vorst groter is dan 1%) berekend worden door het KNMI. In de periode 1981-2010 eindigde de winterse periode gemiddeld op 8 mei, dus net voor de IJsheiligen. Aan het begin van de 20e eeuw eindigde de winterse periode op 22 mei. Deze verschuiving van twee weken past in een lange trend van toenemende temperaturen in Nederland.

Welke heiligen

De naam IJsheiligen komt van een aantal katholieke heiligen, van wie de naamdagen vallen in de periode van 11 tot en met 15 mei. Al rond het jaar 1000 was sprake van deze heiligen, het gaat om Mamertus (11 mei), Pancratius (12 mei), Servatius van Maastricht (13 mei) en Bonifatius van Tarsus (14 mei). Omdat 3 een heilig getal is, wordt de 4e heilige (Bonifatius van Tarsus) in Nederland meestal niet meegerekend. Maar sommige landen kennen ook nog een 5e IJsheilige, Sophia van Rome, met 15 mei als naamdag.

(bron: rootsmagazine.nl)